Graden & Gordels
Als trainingskledij wordt een donkerblauwe kendo-gi ("trainingsvest") met een zwarte broek gedragen, als beginner met een witte obi ("gordel"). Vanaf de graad van shodan wordt er in plaats van een zwarte broek een donkerblauwe hakama ("broekrok") gedragen.
Natuurlijk verwacht niemand dat je je onmiddellijk een kendo-gi aanschaft. Een t-shirt en een trainingsbroek volstaan aanvankelijk ruimschoots.
Er zijn verder drie officiële Jinenkan kyu-graden ("beginners") en negen Jinenkan dan-graden ("gevorderden") in dit systeem.
Iedere Jinenkan Dojo Cho kan desgewenst ook beslissen om enkele extra voorbereidende kyu-graden te gebruiken (bvb. 6e, 5e en 4e kyu). In de Kounryusui Dojo start je na witte gordel vanaf sankyu (3e kyu, groene gordel), in de Wakaba Dojo start je na witte gordel vanaf rokkyu (6e kyu, gele gordel).
Het examen-materiaal in elke Jinenkan Dojo bestaat uit:
SANKYU (3e kyu, groene gordel)
- zenpo kaiten
- sokuho kaiten (sono ichi & sono ni)
- shikan ken
- fudo ken
- omote gyaku
- ura gyaku
NIKYU (2e kyu, paarse gordel)
- koho kaiten
- yoko nagare
- omote shuto
- ura shuto
- ganseki nage
- zenpo geri
IKKYU (1e kyu, bruine gordel)
- tate nagare
- zenpo ukemi
- kakushi geri
- sokuho geri
- koho geri (sono ichi & sono ni)
- onikudaki
- muso dori
Letterlijk staat het karakter "kyu" voor "de garen samenbrengen". De beoefenaar weeft als het ware de structuren tot een tapijt.
Als IKKYU bereid je je voor om je eerste dan-graad (shodan) te behalen. In tegenstelling tot sommige andere krijgskunsten of gevechtssporten dragen wij geen zogenaamde "zwarte gordel", doch wel een donkerblauwe hakama.
Het examenmateriaal voor SHODAN bestaat uit:
koto ryu koppojutsu kamae: sayu seigan, hira ichimonji, hoko, sayu bobi
koto ryu koppojutsu kata: kouyoku
gyokko ryu kosshijutsu kamae: sayu ichimonji, sayu hicho, sayu jumonji
gyokko ryu kosshijutsu kata: koku
kihon happo: ichimonji no kata, jumonji no kata, hicho no kata
kukishin ryu rokushakubojutsu kamae: sayu seigan, hira ichimonji, tenchijin, chudan, gedan, hokosaki (ihen), kyohen
kukishin ryu sanshakubojutsu kamae: katayaburi, munen muso, otonashi
Bij het shodan-examen hoort ook een schriftelijke test over de werkelijke betekenis van de gedemonstreerde houdingen.
Het karakter "dan" staat voor "tredes kappen in de rotswand". De leerling ziet in de leraar een ideaalbeeld, ziet wat hij zelf wenst te bereiken. Hij werkt zich naar dat ideaalbeeld toe, steeds dichter naar de top van de rots...
Promoveren is dan zoals het vervellen van een slang.
Alle termen worden tijdens de lessen verduidelijkt, stoor je dus niet aan de Japanse benamingen.
Wil je eveneens de vereisten voor de verdere dan-graden kennen, klik dan hier.
Alle technieken worden aangeleerd via het principe "Shu Ha Ri".
"Shu" (beginnende leerlingen) staat voor de techniek, kata of vorm trouw bewaren en volgen;
"Ha" (gevorderde leerlingen) staat voor de vorm "opbreken", variëren;
"Ri" (meer gevorderde leerlingen) staat voor de vorm "vergeten", "achterlaten"...
Deze drie woorden spelen een belangrijke rol voor al wie een authentieke Japanse kunst wil leren.
Deze drie principes komen steeds opnieuw terug, hoeveel jaren training je ook achter de rug hebt of welke graad je ook draagt.
Minstens tot en met shodan leggen wij een zware nadruk op het uitvoeren van alle bewegingen traag, vloeiend en technisch correct. In onze dojo kun je je de eerste maanden en jaren dus zeker verwachten aan trainen volgens het "Shu"-principe.