Methodologie van de geschiedenis : kwantitatieve methodes en hulpwetenschappen.
Module
  :  Numismatiek Oudheid.   

De munten van de Eburonen.

  1. Inleiding

    Volgens Caesar wonen de Eburonen in een gebied dat zich tussen Maas en Rijn uitstrekt en dat in het Westen ook een deel van huidig België omvat.
    De stamnaam Eburonen is afgeleid van het Keltische woord ‘ebur’ dat taxus betekent. Het woord Eburonen betekent dus Taxusmannen. De twee bekende leiders van de Eburonen waren Ambiorix en Catuvolcus.

    De enige geschreven bron die er bestaat over de Eburonen is ‘De Bello Gallico’ geschreven door Julius Caesar.
    Er is een duidelijke samenhang tussen de invallen van de Romeinse legioenen in Gallia Belgica en het slaan van beide reeksen Eburonenstaters. In 54 VC vielen de Eburonen onder leiding van Ambiorix, samen met de Treveri, het winterkamp van de Romeinen aan en vernietigden het compleet. Het is volgens Drs Simone SCHEERS, de eminente Leuvense specialiste van Keltische munten, vermoedelijk om die opstand te financieren dat de Eburonen hun 2 klassen staters geslagen hebben. De wraakactie van de Romeinen laat echter niet lang op zich wachten. In 53 v.Chr. en nogmaals in 51 v.Chr. trekken zij moordend en plunderend door de streek en rekenen voorgoed af met de laatste weerstandshaarden. Ambiorix zelf kan echter ontkomen en verdwijnt uit de geschiedenis.

  2. Bevindingen bij het onderzoek.

    Het eerste probleem waar ik mee te maken kreeg in het onderzoek is dat de Eburonenmunten niet te vinden zijn in collectiecatalogussen. In de geraadpleegde literatuur tijdens het onderzoek kan men wel terugvinden in welke musea en welke verzamelingen de munten aan te treffen zijn. In België is de mooiste verzameling van Eburonen staters aanwezig in het Gallo-Romeins Museum te Tongeren, dit betreft de schat van Heers. De schat staat gewoon uitgestald in het museum. In een collectiecatalogus is deze evenwel niet beschreven, de schat werd wel beschreven in een artikel door Scheers en Creemers (conservator van het museum) in 2002.

    Een tweede immens probleem is de toeschrijving van de verschillende munten aan de Eburonen. De onderzoekers zijn, buiten de Eburonenstaters klasse I en II, het helemaal niet eens over de toewijzing van andere munten aan de Eburonen.

    Over de Keltische munten in het algemeen en specifiek de munten die toegeschreven worden aan de Eburonen is er nog heel wat onduidelijkheid. Dit komt omdat er geen geschreven bronnen zijn buiten de Bello Galica van Caesar en de munten zelf zeer zeldzaam zijn. Het enige waar men zich kan op baseren zijn de vindplaatsen van de munten om ze toe te schrijven aan de Eburonen.
    Scheers Simone schrijft in 1977 slechts 2 munten toe aan de Eburonen : de stater klasse I en II.
    In 1996 schrijft ze tevens het type Lummen/Niederzier toe aan de Eburonen. Dit wordt dan weer in twijfel getrokken door Nico Roymans die vindt dat het niet zeker is dat er in die tijd, tweede eeuw voor Christus, een Eburoonse politiek bestond en dit is één van de voorwaarden om munten te beginnen slaan als volk.
    Delestrée schrijft in zijn boek nog een munt toe aan de Eburonen (DT81,637), dit is een variant op de stater klasse I. Deze is buiten enkele kleine details volledig gelijkend met de stater Klasse I.
    Vanhoudt schrijft vervolgens buiten het type Lummen/Niederzier en de staters klasse I &II nog 3 munten toe aan de Eburonen. Het ANNAROVECI -type en het AVAVCIA-type zonder en met legende. Deze laatste 3 zijn wel op het einde van de eerste eeuw voor Christus geslagen nadat Caesar zijn wraakaktie op de Eburonen reeds uitgevoerd had, dus er is heel wat twijfel om die munten daadwerkelijk toe te schrijven aan de Eburonen. Het volk op zich zou volgens sommige bronnen niet meer bestaan hebben toen, de overlevenden zouden grotendeels de regio ontvlucht zijn. Zo schreef Scheers en de La tour de 3 munten toe aan de Aduatuci. Doch in milieus van verzamelaars en verkopers van munten worden die ook meestal toegeschreven aan de Eburonen.

  3. De Gouden Eburonenstaters.

    De goudschat van Heers bevat één van de twee bekende soorten Eburonenstaters.
    De schat is afkomstig uit het Haspengouwse Heers in het zuiden van de Belgische provincie Limburg. Een aantal munten werd eerst ter studie aangeboden aan professor Drs. Simone Scheers. Zij verwees de vinder vervolgens naar het Munt – en Penningskabinet van de provincie Limburg, dat gevestigd is in het Provinciaal Gallo Romeins Museum te Tongeren. Het grootste deel van de schat is sindsdien te bewonderen in dit museum.
    De schat van Heers bevat uitsluitend munten en geen sieraarden. Het is een muntvondst en specifieker een schatvondst. Het betreft hier een omloopschat omdat er geen preselectie aan vooraf ging.
    De schatvondst is niet in situ gevonden, met andere woorden is hij niet in zijn originele context gevonden, want hij is per toeval ontdekt.
    In de schatvondst zaten er 107 staters waarvan 82 Eburonen-staters klasse I, 23 van de Nerviërs, 1 van de Treveri, 1 stater met een ster en een onbeslagen plaatje dat evenwel niet samen gevonden werd met de schatvondst maar verderop. De aanwezigheid van munten die door 4 verschillende stammen werden uitgegeven, maakt het mogelijk om chronologische verbanden tussen de verschillende emissies van deze stammen te maken.
    De toeschrijving van "barbaarse stukken" kan echter een probleem zijn. Keltische munten worden bij gebrek aan diagnostische kenmerken toegeschreven aan bepaalde stammen op basis van hun verspreidingskaart. Zo werd de schatvondst van Heers toegeschreven aan de Eburonen omdat deze werd gevonden in hun woongebied.

    1. Datering van de Eburonenstaters.

      Algemeen wordt bij de Eburonenstaters gebruik gemaakt van een relatieve datering. Bij een relatieve datering speelt de archeologische context een belangrijke rol, want deze kan een datering ante quem geven voor een stuk.
      Volgens verschillende onderzoekers kunnen de staters van de Eburonen gedateerd worden rond 54 v.Chr. Dit is het tijdstip dat de Eburonen onder leiding van Ambiorix in opstand kwamen tegen de Romeinen. Om de soldaten te kunnen betalen dienden plots heel veel munten geslagen te worden.

    2. Het slaan van munten :

      De techniek die de Eburonen gebruikten om munten te vervaardigen was het slaan van de munten. Ze sloegen de munten aan beide zijden dit noemt men stempelkoppelingen. Men maakte gebruik van een aambeeld waarin een stempel vervat zat en lange houder met daarin de andere stempel (normaal de keerzijde). Met één slag werd de munt geslagen.

      Het feit dat 84% van de Eburonenstaters in de schat van Heers met hetzelfde stempelpaar geslagen werden, maakt de vondst nog interessanter. Zoveel identieke munten betekent bijna zeker dat de staters rechtstreeks vanuit het muntatelier in de schat terecht kwamen.

    3. De iconografie en stijlcriteria :

      De Eburonenmunten zijn direct of indirect geïnspireerd op de staters van Filip II van Macedonië, de vader van Alexander de Grote. Hij had meer dan eens Keltische huursoldaten en betaalde hen met gouden staters. We kunnen wel vaststellen dat de afbeeldingen op de Eburonenstaters abstract zijn. De belangrijkste stijlkenmerk van de Kelten is het vervormen van de werkelijkheid.
      Er werden vooral paarden gestileerd. Het paard is overgenomen van de staters van bondgenoot Treveri, de andere zijde doet sterk denken aan de ‘regenboogschoteltjes’ van de Rijn-Germanen. Wellicht wilden de Eburonen door de beeldenaar van twee verschillende stammen te combineren, de zekerheid krijgen dat hun nieuwe munt probleemloos zou worden aanvaard door hun voornaamste bondgenoten.

    4. De economisch maatschappelijke informatie :

      Voor de komst van de Romeinen sloegen de Kelten in onze streken uitsluitend gouden staters. Klaarblijkelijk hadden de Kelten geen behoefte aan zilveren of bronzen munten om kleine betalingen te verrichten. Dat wijst erop dat munten in de Keltische samenleving een andere rol speelden dan bij de Romeinen. Een aantal Griekse teksten suggereert dat een stater goed was voor een maandsoldij. Waarschijnlijk diende het geld om de soldaten te betalen, die de lokale stammen gezamenlijk op de been brachten, om de Romeinse veroveraars een halt toe te roepen. Maar men gebruikte de munten ook voor diplomatieke giften en godenoffers.
      Om de waarde van een munt te bepalen is enerzijds zijn gewicht en anderzijds zijn metaalgehalte en – zuiverheid belangrijk.
      Bij de munten van de Eburonen spreken we van monometalisme want ze sloegen slecht één muntmetaal dat een legering was van goud, zilver en koper. Het koper werd waarschijnlijk toegevoegd om te vermijden dat de munten door het lage goudgehalte te bleek zouden zijn en hun relatief slechte kwaliteit snel zou opvallen. Toevoeging van koper aan een laagwaardige goudzilverlegering heeft daarenboven tot gevolg dat de controles met behulp van de klassieke toetssteen (met een munt wrijven over een steen waarop een zuur aangebracht is) verkeerde resultaten opleveren.
      Bij de Eburonenmunten hebben we twee klassen. KL I bestaat uit gemiddeld 50% koper, ongeveer 25% goud en 25% zilver. KL II bestaat uit gemiddeld 60% koper, 25 % goud en 15% zilver. Niet alleen de samenstelling was bij de twee klassen anders ook het gewicht en de grootte verschilde. KL I woog tussen 5,50 en 5,85 g., KL II woog tussen 5,20 en 5,49 g. Blijkbaar waren dit de standaardgewichten.
      De grootte van een KL I – munt was tussen 14 -16 mm en KL II was ongeveer 14,5 mm groot.

    5. Beschrijving van de delen van de munten :

    De voorzijde van beide klassen (I en II) dragen een abstract figuur. Zo zien we bij KL I een triskeles met links draaiende armen, waarvan één arm eindigt op een uitgerekte driehoek. De twee andere armen eindigen op een bolletje. De keerzijde toont een paard in galop naar links gekeerd. Hierboven bevinden zich drie bolletjes die in een driehoek geplaatst zijn. Eén bolletje bevindt zich voor het paard. Een ander bevindt zich erboven. De KL II verschilt niet zoveel van KL I, het verschil is te zien op de keerzijde boven het paard bevinden zich vier bolletjes en een kruisje. Ook het hoofd van beide paardjes verschilt lichtjes. Tevens wordt in sommige literatuur nog een variant beschreven van KL I deze verschilt doordat er op de voorzijde een soort V in plaats van de uitgerekte driehoek staat.
    De Eburonenstaters vertonen geen zijkant. Het zijn geen platte munten maar bolle schoteltjes.

  4. De heuristiek van de Eburonenmunten
    1. De gouden Eburonenstaters :

      In de zoektocht naar Eburonenmunten vond ik maar 3 verschillende soorten die met relatieve zekerheid aan de Eburonen toegeschreven worden. In de meeste literatuur spreekt men maar van twee klassen. De stater klasse I&II (SCHEERS 31, pl. IX, 254-255), Delestrée plaatst er nog een derde type bij, een variant op de Klasse I (DT serie 81, 637).
      Deze 3 gouden staters worden beschreven in de fiches.

      Ik nam er 2 uit de collectie van de Bibliothèque Nationale de Paris, Cabinet de Coins et Médailles . In de collectie zijn de munten volgens periode gerangschikt waarvan 12.000 Gallische munten.

      Stater Klasse I : BN8859-8862 dus in totaal 4 relevante munten. Stater Klasse II : BN 8863, dus slechts 1 relevante munt. Zowel Scheers als Roymans verwijzen in hun onderzoeken naar deze staters.
      De derde munt is de variant van Stater I (DT serie 81, 637) die verkocht werd op 13/12/2008 door Jean Elsen & fils te Brussel.

      De goudschat van Heers bevat 82 relevante munten van de Klasse I en de recentelijk gevonden schat van Maastricht bevat 39 relevante munten van diezelfde klasse. Doch deze waren niet bruikbaar voor dit werk omdat de catalogus van deze munten nog niet uitgegeven werd.

    2. Andere munten die meestal toegeschreven worden aan de Eburonen.

      De hierna volgende munten worden veelal aan de Eburonen toegeschreven omdat ze in hun gebied gevonden worden. Ook Vanhoudt schrijft er 4 van toe aan de Eburonen in zijn atlas.

      1. De gouden biface stater type Lummen/Niederzier (VH-A8)

        VZ : hoofd naar rechts, lauwerenkrans schuin op het hoofd, neus gevormd door een driehoek
        KZ : paard naar rechts, berijder gevormd door een aantal bollen, 2 evenwijdige strepen aan de achterbenen

      2. Zilveren ANNAROVECI munt (DT serie 82, 638) (VH-A11)

        VZ : hoofd naar rechts, met onder de kin een parel in een ring, omschrift : ANNAROVECI
        KZ : paard naar links, met een parel in een ring erboven, vijfpuntige ster eronder, omschrift ANNAROVECI

      3. Bronzen AVAVCIA zonder legende (LT 8868 pl. XXXVI) (VH-A12)

        VZ : swastika gevormd door 4 paardenlijven, met centraal een parel in een ring. Ook in de kwartieren is er een parel
        KZ : vrij realistisch paard naar links met daaronder een grondlijn

      4. Bronzen AVAVCIA (DT serie 92, 705) (VH-A13)

        VZ. : swastika gevormd met 4 aan elkaar gehechte paardenlijven met daar rond ringen en ringen met een parel in
        KZ : realistisch paard naar links met omschrift AVAVCIA

      5. Bronzen munt met kruis/bloem (DT serie 92, 706)

    VZ : Kruis gevormd rond centraal punt en 4 bladvormige vlakken in kruisvorm
    KZ : paard naar rechts met eronder een halve cirkel

  5. Besluit

    Door mij werden vooral de Staters Kl I& II gebruikt in dit werk omdat deze munten door elke onderzoeker toegeschreven worden aan de Eburonen. De recentere munten in brons en zilver worden wel gevonden in hun gebied, doch er rijzen heel wat twijfels. Is er nog wel sprake van een Eburonenstam na de wraakacties van Caesar? Sommige munten worden vooral gevonden tussen de resten van Romeinse kampen. Kan men ze dan zomaar toeschrijven aan de Eburonen? Voor de volledigheid vernoemde ik ze in dit werk. In 1996 werd door Scheers het type Lummen/Niederzier toegevoegd aan de Eburonenmunten dit type gouden stater zou de voorloper zijn van de Eburonenstaters klasse I & II, maar de terechte kritiek van Roymans mag hierbij niet vergeten worden. De besluitvorming van Scheers is ook maar gebasseerd op 27 exemplaren waarvan er dan nog 20 deel uitmaakten van dezelfde schat die gevonden werd in Niederzier. Dus misschien kunnen volgende vondsten van dit type haar theorie bevestigen of ontkrachten.

     

     

  6. Bibliografie
  1. ALLEN, Derek, F., An introduction to Celtic coins, London, 1978, British Museum Publications, 80p.
    • Plaatsnummer : GUS 146 20F/21
  2. ALLEN, Derek, F. en NASH Daphne(ed.), The coins of the ancient Celts, Edingburgh, University Press, 1980, XI,265p.
    • KULeuven Letteren loko archeologie 4de verdieping Plaatsnummer : 737 ALLE 1980
  3. DE LA TOUR, H., Atlas de monnaies gauloises / Préparé par la Commission de topographie des Gaules et publ. par Henri de la Tour, Londen, Spink & Son,1968, 9p. LV planches.
    • Plaatsnummer : BRKZ.MDC.370/015
  1. DELESTREE, L. en TACHE, M., Nouvel atlas des monnaies Gauloises I de la Seine au Rhin, Saint-Germain-en Laye, Editions Commios, 2002, 136p.+ill.
    • Plaatsnummer : L08.117.038
  2. ELSEN, J., Lot 21-24 Gaules Belgiques Eburones, in : http://www.elsen.eu/index.aspx?
    tabindex=17&tabid=65&mid=375&directoryid=+3748&ctrl=auction98list
    , geraadpleegd op 13.12.2008.
  3. MARIËN, M.E., Belgica Antiqua. De stempel van Rome, Antwerpen, Mercatorfonds, 1980, 524p.
    • Plaatsnummer : GUS108 E015/42
  4. NASH, D., Coinage in the Celtic World, London, Seaby, 1987, 153p.
    • KULeuven Letteren loko Archeologie 4de verdieping Plaatsnummer: 737 NASH 1987
  5. PAUWELS, G., Les Monnaies de la Gaule Belgique, , J.DeMey, Brussel, 1971, XII, 100p.(reeks numismatic pocket)
    • Plaatsnummer : BRKZ.MDC.370/026
  6. ROYMANS, N., Ethnic identity and imperial power : the Batavians in the early Roman empire, Amsterdam, University Press, 2004, XI, p.31-54, (Serie : Amsterdam archaeological studies).
    • Plaatsnummer : LO8 854.031
  7. SCHEERS, S., "De munten van de Eburones (The coins of the Eburones)", in : Miscellanea Numismatica. Jubileumalbum 1968 – 1978, Tienen, Numismatica Tienen, 1978, p. 229-234.
    • KULeuven Letteren LOKO: Archeologie 4de verdieping Plaatsnummer: 737 MISC 1978
  8. SCHEERS, S. en CREEMERS, G., "Een muntschat van de Eburonen te Heers (Limburg, België)", in : Archeologie in Limburg,(2002), 91, p. 2- 6.
    • KULeuven centrale bibliotheek Magazijn Depot BIBC/LOKO *
  1. SCHEERS, S., "Les statères bifaces du type Lummen – Niederzier, un monnayage Eburon antérieur à la conquête Romaine." In : LODEWIJCKX, M. (ed.), Archaeological and historical aspects of West-European societies : album amicorum André Van Doorselaer, Leuven, Leuven Universitypress, 1996, p.87-94.
    • Plaatsnummer : L08 126.118
  1. SCHEERS, S., Traité de la numismatique Celtique. II La Gaule Belgique, Paris, Les Belles Lettres 1977, 986p.+XXVIII Planches.
    • Plaatsnummer : BRKZ.MDC.370/016
  2. SCHEERS, S. en CREEMERS, G., "Un trésor monétaire des Eburons à Heers (Limbourg, Belgique)", in : Lunula Archaelogia protohistorica, Brussel, Aalsterse vereniging voor archeology, 2002, X, p.80-85.
    • KULeuven Letteren LOKO Archeologie 4de verdieping plaatsnummer. 902(06) LUNU
  3. VANHOUDT, Hugo, Atlas der munten van België van de Kelten tot Heden, Herent, H. Vanhoudt, 1996, 180p.
    • Plaatsnummer : BRKZ.MED 493/034
  4. VAN LAERE, R., "De goudschat van Heers. Een muntvondst in Belgisch Limburg", in : De Beeldenaar, 25 (2001), 5, p.198-202.
    • Centrale Bibliotheek KULeuven MAGA0: Magazijn Plaatnummer: Z11179 *
  5. VAN VLIERDEN, G., "Maastrichtenaar stoot met metaaldetector op unieke schat van 109 muntstukken.", In : Het Laatste Nieuws, 14.11.2008, p.6.
  6. X, "Een Keltische goudschat uit Heers", in : The coinhunter Magazine, 22 ( 2003), 87, p. 34-35.
    • Provinciaal Gallo Romeins Museum nr. TS-347.

     

    • Stam : Eburonen
    • Stamleider : Ambiorix (?- 51V.C.)
    • Muntmeester : /
    • Muntplaats : Omgeving Tongeren
    • Denominatie : /
    • Datering : ca.54 V.C.

    Materiële criteria

    • Metaal : Au(25%), Ar (25%), Cu (50%)
    • Gewicht : 5,50 – 5,85 g
    • Stempelas : variërend
    • Diameter : 14-16 mm.

    Beschrijving

    • Voorzijde
      • Legende : /
      • Afbeelding : Open triskèles gemaakt van 3 cirkelbogen waarvan het middelpunt gevormd wordt door een ring met een parel erin, en waarvan de 3 cirkelbogen eindigen op een bol. Rechts is er een kruis en verscheidene parels rond de omtrek.
    • Keerzijde
      • Legende : /
      • Afbeelding : Gestileerd paard naar links, met lange pluimstaart en haakvormige poten. Boven het paard 3 dikke parels in een driehoek, ervoor en eronder een parel in een ring. De grondlijn wordt gevormd door 4 ringetjes.
    • Collectie :

    Bibliothèque Nationale van Parijs, Medailles en muntencollectie.
    SCHEERS, S., Traité de la numismatique Celtique. II La Gaule Belgique, Paris, Les Belles Lettres, 1977,986p.+XXVIII Planches.

    • Catalogusnummer : BN 8859-8862
    • Referentie : Scheers 31, Pl IX 254 en Delestrée serie 81, 635

     

     

    • Stam : Eburonen
    • Stamleider : Ambiorix (?- 51 V.C.)
    • Muntmeester : /
    • Muntplaats : Omgeving Tongeren
    • Denominatie : /
    • Datering : ca. 54 – 51 V.C.

    Materiële criteria

    • Metaal : Au(25%), Ar (15%), Cu (60%)
    • Gewicht : 5,20 – 5,49 g
    • Stempelas : Variërend
    • Diameter : ca. 14,5 mm.

    Beschrijving

    • Voorzijde
      • Legende : /
      • Afbeelding : Open triskèles gemaakt van 3 losse cirkelbogen waarvan het middelpunt gevormd wordt door een ring met een parel erin, en waarvan de 3 cirkelbogen eindigen op een bol. Rechts is er een kruis en verscheidene parels rond de omtrek.
    • Keerzijde
      • Legende : /
      • Afbeelding : Gestileerd zwaarder gebouwd paard naar links, met lange pluimstaart en haakvormige poten. Boven het paard 4 dikke parels in lijn en eronder een X-vormig kruis, ervoor en eronder een parel in een ring.
    • Collectie :
      • Bibliotheque Nationale van Parijs, Medailles en muntencollectie
        SCHEERS, S., Traité de la numismatique Celtique. II La Gaule Belgique, Paris,Les Belles Lettres, 1977
        ,986p.+XXVIII Planches.
    • Catalogusnummer : BN 8863
    • Referentie : Scheers 31, IX 255, Delestrée serie 81, 636

     

     

    • Stam : Eburones
    • Stamleider : Ambiorix (?- 51V.C.)
    • Muntmeester : /
    • Muntplaats : Omgeving Tongeren
    • Denominatie : /
    • Datering : ca. 54 V.C.

    Materiële criteria

    • Metaal : Au(25%), Ar (25%), Cu (50%)
    • Gewicht : 5,50 – 5,85 g
    • Stempelas : Variërend
    • Diameter : 14-16 mm.

    Beschrijving

    • Voorzijde
      • Legende : /
      • Afbeelding : Open triskèles gemaakt van 3 cirkelbogen waarvan het middelpunt gevormd wordt door een ring met een parel erin, en waarvan de 3 cirkelbogen eindigen op een bol. Links is er een horizontale V en verscheidene parels rond de omtrek.
    • Keerzijde
      • Legende : /
      • Afbeelding : Gestileerd paard naar links, met kortere pluimstaart dan fiche 1 en haakvormige poten. Boven het paard 3 dikke parels in een driehoek, ervoor en eronder een parel in een ring. De grondlijn wordt gevormd door 4 ringetjes.